Schermafbeelding 2020-03-25 om 15.29.55.

Articulatietherapie

Articulatiestoornissen komen meestal voor op jonge leeftijd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen fonologische en fonetische articulatiestoornissen en spraakontwikkelingsdyspraxie. De aanmeldingsklacht is vaak een slechte verstaanbaarheid.

 

Wanneer het kind niet in staat is om een of meerdere klanken van de moedertaal motorisch te produceren spreken we van een fonetische articulatiestoornis. Deze stoornis duidt veelal op problemen bij medeklinkers. De betreffende klanken worden vaak weggelaten of foutief uitgesproken. Soms is deze stoornis een gevolg van een structureel probleem zoals schisis of een te kort tongriempje. 

Bij een fonologische articulatiestoornis is het kind wel in staat om de klanken motorisch te vormen, maar worden de klanken foutief gebruik binnen woorden. Het kind past als het ware zijn/haar eigen regels toe om tot spraak te komen. Dit noemen we fonologische vereenvoudigingsprocessen. Wanneer deze langer dan normaal aangehouden worden spreken we van een stoornis. Enkele voorbeelden bv. /heps/ i.p.v. /hesp/, /joen/ i.p.v. /groen/. 

Daarnaast is er soms sprake van verbale spraakontwikkelingsdyspraxie. Dit is een neurologische spraakproductiestoornis waarbij kinderen moeilijkheden hebben met de precisie en de consistentie van de spraakbewegingen. Het is de planning en coördinatie van de articulatoren; de tong, lippen, kaak en verhemelte die moeizaam verloopt. Deze stoornis kan mogelijks het gevolg zijn van een gekend hersenletsen maar kan ook op zichzelf staan.